Overblijfprotocol

Uitgangspunten

Het overblijven is een periode van ontspanning na het werken in de groep. Het is vrije tijd van de kinderen. Hierdoor is een kind lawaaieriger en drukker dan in de klas.
Om zoveel mogelijk rust en regelmaat te bieden, is het verstandig om de gemaakte afspraken gezamenlijk te bespreken en te hanteren.
Het is zeer belangrijk om gewenst gedrag te benoemen en te belonen! Positieve aandacht geven! Correctie door te wijzen op het goede gedrag van andere kinderen is belangrijk: niet alleen het ongewenste gedrag wordt genegeerd, tevens wordt aangegeven hoe het wel kan.
Alvorens dit protocol in werking treedt, worden de kinderen hierover ingelicht door de leerkracht van de groep. Tevens wordt dit protocol als bijlage bij de TSO-overeenkomst verstrekt.

Uitgangspunten voor de kinderen

Ik zorg ervoor dat iedereen fijn en gezellig kan overblijven
Tijdens de overblijf kan ik samen met andere kinderen eten en samen spelen.
Praten, kletsen en lachen mag, zolang ik de andere kinderen niet stoor.
Ik luister naar de overblijfkracht en doe wat ze aan me vraagt.
Ik ga zuinig met de spelmaterialen om.

Eetafspraken

Ik ga voor het eten nog even naar de wc als dat moet.
Tijdens het eten ga ik niet naar de wc.
Voor het eten was ik mijn handen.
Op mijn beker, trommel en tas staat mijn naam.
Als ik binnenkomt, wacht ik even in de kring. Ik ga aan tafel als de overblijfkracht dit zegt en leg mijn brood op het bord, zet mijn drinken op tafel. Mijn trommel gaat weer in de tas.
Ik neem altijd brood mee en eet op wat ik heb meegenomen.
Ik wacht met eten tot dat iedereen aan tafel zit.
Pas als de overblijfkracht eet smakelijk zegt, ga ik eten.
Snoep is verboden.
Ik blijf van de spullen van andere kinderen af.
Na het eten ruim ik mijn eigen spullen op en ga terug naar mijn plaats.
Als ik klaar bent met eten ga ik iets voor mezelf doen. Bijvoorbeeld een boekje lezen.
Na toestemming van de overblijfkracht mag ik binnen of buiten gaan spelen.
Ik zet mijn tas neer op de afgesproken plaats.

Binnen knutselen / spelen

Ik bedenk wat ik ga doen en pak een spel of knutselmateriaal.
Ik zorg ervoor dat we fijn samen binnen werken of spelen.
Voor ik een spel terugzet, controleer ik of het compleet is.
Ik ruim de spellen en materialen netjes op.

Buiten spelen

Als ik buiten speel, mag ik niet van het schoolplein afgaan!
Als ik naar de wc moet, vraag ik dat aan de overblijfkracht.
Ik speel alleen met spullen die de overblijfkracht heeft gegeven.
Ik zorg ervoor dat we fijn samen buiten spelen.
Na het buitenspelen ruim ik samen met de anderen alles op.

Gedrag

Als ik mij niet goed gedraag zal de overblijfkracht met mijn ouders en de schooldirectie hierover spreken.